Boodschappen doen vind ik op zich niet erg. Het ergste aan boodschappen doen is het gebrek aan keus. Anderen vinden dat makkelijk, het scheelt eindeloos dubben, maar ik heb graag het idee dat ik bepaal wat ik koop, en niet de inkoper van mijn winkel. Als je in een suf dorp als Driebergen woont zal je je moeten verlaten op de inkoper. De ah hiero is zo klein, die heeft alleen het allernoodzakelijkste in de schappen.Ok, ik moet toegeven: wel zes soorten brood, maar wel alle zes even zacht, saai, smaak- en karakterloos. En ook wel jonge goudse kaas - saai - jonge zaanlander - zout - jonge mildner - getver - en ga zo maar door.
Net de franse grens over kijk ik altijd reikhalzend uit naar de eerste winkel van E. Leclerc. Ze staan aan de randen van de steden en de kleinste zijn ongeveer zo groot als de grootste AH in Nederland. Bij Lille, zo ontdekte ik op de terugreis, staat een net nieuwe vestiging. Je weet niet wat je ziet. Alles is er ruim opgezet. Niet alleen de parkeerplaats is groot - die weidewinkels zijn zo ver van de bewoonde wereld dat je natuurlijk wel met de auto moet - maar de hele entree is weids. Als je met je winkelwagentje ter grootte van een aanhangwagen binnen bent getreden door de glazen pui, wordt je ontvangen op een glanzende blonde parketvloer. Het plafond is onmetelijk hoog, de bouwconstructie is van hout. De winkelschappen zijn van een strak design. Maar bovenal mis je een systeemplafond dat volgeplempt is met reclamebanners en andere kooplustremmende troep. Boven de schappen is het onmetelijk leeg. De wanden - ver weg aan de einder - zijn beschilderd met rustige versieringen.
Wij ontdekten bij Leclerc een nieuw toetje. In de toetjesstraat van een slordige 20 meter lang viel plotseling een verpakking op, want danig uit de toon. Toetjes zijn doorgaans verpakt in doosjes met schreeuwerige teksten over de autenticiteit van het recept, de oprichtingsdatum van de fabriek, het romige, het suikerloze, het smeuige, het weet ik veel wat allemaal, met lange lijsten ingredienten, serveeltips, aanbevelingen. Op het pakje wat onze aandacht trok stond slechts: "Gü Cheesecake" en een foto. De verpakking en in mindere mate het herbruikbare glazen bakje waren voldoende om tot aanschaf over te gaan.
Ergens langs de kant van de weg werden wij niet teleurgesteld. Dit is een zwaar understatement. Wij raakten in vervoering. Wij dachten aardig in de buurt van de toetjeshemel te zijn beland. Wij zijn geen kantenklaartoetjesmensen. Kantenklaartoetjes zijn meestal te zoet, smaken niet naar het fruit wat er volgens de verpakking - met echte stukjes! - in zou moeten zitten en je houdt er geen voldaan gevoel van over. Bij Gü is dat anders. Lekker zoet, fantastisch van smaak. Als ik zelf zo'n toetje zou hebben gemaakt zou ik dat minstens drie jaar lang te pas en te onpas mijn gasten voorzetten.
Gü maakt uitgekiende porties.
Uitgekiende porties.... is dat zo belangrijk? Ja. Dat bleek merkwaardig genoeg belangrijk. Stel, je moet kiezen uit een cheesecake citroen of iets anders waanzinnigs met chocolade en romige creme uit een glazen potje. Maar er is ook een frambozentoetje in een klein (plastic) cupje. Kwa volume toch zeker minder dan de helft van de cheesecake. De keus lijkt dan makkelijk: veel is lekker. Dus je gaat voor de cheesecake. Maar neem van mij aan dat die keus helemaal niet makkelijk is. Het frambozentoetje is namelijk zo vreselijk goed gemaakt dat je aan die kleine portie helemaal genoeg hebt. Het is een romige frambozencreme met een laagje intense frambozencoulis. Je hebt een pracht van een romige en sterke frambozensmaak in je mond, geen bijsmaakjes, geen industriele nasmaakjes. Je bent voldaan. Een mooie espresso is het enige wat dit nog kan afsluiten.
Wij nemen altijd wat mee van onze vakantiebestemming, bij voorkeur iets te eten. Drie keer raden wat we dit keer bij ons hadden.....
0 reacties:
Een reactie plaatsen