Laatst bezocht ik een kasteeltuin. Zo'n tuin waar je onder de poort eerst even drievijftig aftikt en de gastdames en -heren een bodywarmer met geborduurd logo dragen. Een mooie en stijlvolle tuin, maar mijn droomparadijsje hoeft er niet zo uit te zien. De tuin wordt onderhouden door een groep vrijwilligers met een tamelijk hoog gehalte kak. Slechts af en toe mag het gewone volk de tuin betreden.Bij het verlaten van het landgoed krijg ik een vriendelijk "Zo, en u heeft weer mooie plaatjes gemaakt" te horen als ze m'n imposante camera om m'n schouder zien hangen.
"Ach ja..." mompel ik terug. Ik ben bang dat ik nu een kwartier moet gaan ouwehoeren over camera's en lenzen, en heb daar nu even geen zin in. Maar er volgt wat anders: "Als ik die foto's maar niet ergens in een blad terugzie!"
"Eh... waarom niet?" De beste man heeft er enorm de pest in als hij weer eens foto's ziet met allemaal verkeerde bijschriften. Daar kan ik inkomen. Heel vervelend als iemand schrijft dat er mooie floxen in de tuin stonden, terwijl het godjandrie hortensia's waren.
De pijn zit echter niet helemaal daar, blijkt als hij tegen een andere bodywarmer zegt: "Je moet er toch niet aan denken dat er geld verdient wordt met jouw tuin!"
Ik ga er niet op in, ik had het liever niet willen horen, maar het blijft nadrukkelijk in mijn hoofd rond hangen. Waarom reageren mensen op die manier? Denken ze dat fotografen soms rijk worden van tuinfoto's? So what? Het mes snijdt dan meestal wel aan twee kanten. Het kan net zo goed zijn dat de foto's dienen ter meerdere eer en glorie van de tuin in kwestie. Die gedachte is blijkbaar moeilijk te maken. "Nee" en "Mag niet" en "Verboden" en "Dat kan zomaar niet" ligt veel vaker voor in de mond dan "Leuk!" en "Maak er wat moois van" en "Ga je gang."


























